Back Porch

Paul Berner
Back Porch

Recencies RUNNING OUTSIDE
Recencies OPEN COUNTRY
Meer recencies


Jazz Flits
5 november 2007
door Herman te Loo

De 'back porch' van een Amerikaans huis is de veranda aan de achterkant; daar waar je ongestoord je gang kunt gaan, temidden van je dierbaren. Bassist Paul Berner, een Ameri­kaanse Haarlemmer, deelt zijn 'back porch' voor deze gele­genheid met drie vrienden: rietblazer Michael Moore en de gitaristen Peter Tiehuis en Ed Verhoeff. Met z'n vieren spelen ze liedjes van weemoed en verlangen. Het eerste stuk is wat dat betreft meteen al raak. 

In 'The World Like It Was', een compositie van hemzelf, laat Berner horen hoe mooi en ver­gankelijk de schoonheid van het Amerikaanse platteland van z'n jeugd was. De klarinet van Moore doet wat hij altijd doet: ontroeren met z'n waanzinnig mooie klank en feilloze gevoel voor melodie. 

De muziek op 'Back Porch' blijft consequent in het grensgebied tussen country, folk, jazz en pop, met lied­jes van singer-songwrîters als Chris Whitley en Gillian Welch. Met de aanwezigheid van maar liefst twee gitaristen ligt de vergelijking met het werk van Bill Frisell op de loer, maar met uitzondering van 'Dust Devils' blijft die invloed op veilige afstand. 

Dat Moore prachtig kan zingen op z'n klarinet en altsaxofoon (in de traditional 'Love Henry' doet hij dat ook weer overtuigend) wisten we natuurlijk allang. Maar Berner kan het zelf ook op z'n contrabas, getuige de gloedvolle melodielijn van Billy Prestons 'You Are So Beautiful' (be­roemd geworden door de uitvoering van Joe Cocker). Tiehuis (in Moore's 'Trouble House') en Verhoeff (in Monty Alexan­ders 'Trust') soleren al even melodieus en zangerig. Zo leve­ren de vier mannen met 'BackPorch' een zoen van een plaat af met een groepsgeluid dat voor Nederland volstrekt uniek is, en zelfs jazzhaters tot de improvisatie kan bekeren.


Jazz Mozaiek (Belgie)
oktober 2007
door Mischa Andriessen

De muziek die de in Nederland wonende en werkende Amerikaanse bassist Paul Berner voorstaat, is persoonlijk en direct. Hij heeft een voorliefde voor pakkende melodieën en gebruikt daarom vaak folk- en popliedjes die hij grotendeels intact laat en niet van ingewikkelde arrangementen voorziet. Een dergelijke aanpak slaagt alleen met zeer sterke muzikanten die niet bang zijn zichzelf bloot te geven en veel van zichzelf in de muziek durven te leggen. Rietblazer Michael Moore is zo iemand, de twee gitaristen Peter Tiehuis en Ed Verhoeff bewijzen hier dat zij die kwaliteit ook in huis hebben. Voor Berner geldt natuurlijk hetzelfde. “Back porch” is daardoor een cd geworden met ‘verdacht mooie muziek’. Zelfs Billy Prestons “You are so beautiful” dat in het origineel toch wat klef klinkt, komt hier zeer goed uit de verf. Dat de muziek zo prettig in het oor ligt, getuigt echter van zeer veel persoonlijkheid en techniek. In Amerika zeggen ze: “If it sounds too good to be true, it is”. Je moet Amerikanen niet zomaar geloven.
***1/2

Het Parool
11 september 2007
door Maartje den Breejen
 
Wie het nieuwe album van bassist Paul Berner in huis haalt, moet meteen even ergens een hangmat scoren. De muziek is geknipt om in schommelende lighouding te beluisteren. De titel van het album luidt dan ook Back porch, de Amerikaanse naam voor de veranda aan de achterkant van het huis.
In tegenstelling tot de front porch (de veranda aan de voorkant), die netjes moeten zijn om de buren niet op verkeerde gedachten te brengen, kunnen de bewoners van het huis op de veranda aan de achterkant ongestoord voor zich uit dromen of intieme gesprekken met de familie en vrienden voeren.
De arrangementen die de van oorsprong Amerikaan Berner heeft geschreven, zijn weids en landelijk van sfeer. Niet lieflijk maar van het soort weids en landelijk waar de stoffige wind op den duur groeven in het gelaat snijdt. De ruwe bolsters met blanke pit die aan dit countryjazzalbum hebben meegewerkt, voelen elkaar goed aan. De Joe Cockercover You are so beautiful wordt hier door de vier mannen gespeeld, zonder dat één van hen de hoofdrol opeist. Er staan ook ruigere nummers op het repertoire.
Michael Moore speelt met veel lucht op zijn klarinet en altsaxofoon. En de twee uitstekende gitaristen Ed Verhoeff en Peter Tiehuis vullen elkaar ritmisch en melodisch mooi aan. Berner waakt over het geheel.
***1/2

De Gitarist
augustus 2007
door Martin Zand Scholten

WIE IS HET? 
Ameri­kaanse contrabassist Paul Berner, ooit begeleider van cracks als Lionel Hampton en Monty Alexander, woont al jaren in Nederland en zit klaarblijkelijk niet stil.

HOEZO? 
Dit is namelijk de tweede cd binnen krap negen maanden die we binnen krijgen. Was zijn vorige schijf nog met gitaristen Peter Tiehuis en Ed Verhoeff en slagwerker Hans van Oosterhout, nu is de laatste ingeruild voor bla­zer Michael Moore. Ook uit Amerika, maar niet te verwarren met de in het­zelfde jaar geboren maker van kritische documentaires. Deze Michael Moore bleef na 1977 in Nederland hangen en ontving in 1986 de Boy Edgar prijs voor zijn bijdrage aan de vaderlandse jazz.

WAT IS ER ANDERS? 
Nou, de drums zijn weg. Met alle respect voor superdrum­mer Hans van Oosterhout, maar de toevoeging van een multiblazer komt de combinatie van contrabas met twee gitaren ten goede. Het geluid van Ber­ners groep is er transparanter op geworden. En moeten wij in een Nederlands gitaarblad nog uitleggen wat Tiehuis en Verhoeff op hun instru­menten kunnen? Beware: geen uitzin­nig gefreak van de snarenmannen (Berner incluis), maar volwassen sfeervolle muziek in dienst van de songs.

Net als bij de vorige cd hoor je een goede mix tussen Bill Frisell-achtige klanken, countryinvloeden en open sfeermuziek, zonder dat het oubollig wordt. Daarom durven de heren ook een tranentrekker als You Are So Beautiful aan. Waar bij de vorige cd Berner nog de meeste stukken schreef, is er ditmaal compositorisch wat meer buiten de deur geleend.

KOPEN? 
Ja, luister hoe door de wol geverfde muzikanten lekker muziek kunnen maken, zonder te moeten laten horen hoe snel ze wel kunnen.

De Bassist
juli 2007
door Jo Didderen

Back Porch is het derde soloalbum van contrabassist Paul Berner in relatief korte tijd. Na Open Country ('03) en Running Outside ('06) klinkt Back Porch als deel drie van de trilogie. Hoewel Berner zich blijft ontwikkelen, is er zonder meer een rode draad, die wellicht voortkomt uit Berners Amerikaanse roots gecombi­neerd met Hollandse invloeden. Wie naar deze muziek luistert kan niet anders dan weidse Amerikaanse landschappen voor zich zien, of anders wel - zoals de titel al aangeeft - een al even typisch Ameri­kaanse veranda waarop ontspannend ge­musiceerd wordt. Het Nederlandse aspect zit 'm in de vrijheid en speelsheid van het geheel. Generaliserend gesproken: Amerikaanse (jazz-)musici spelen vaak met een bepaalde autoriteit, die hun muziek heel krachtig maakt. Daar is niks mis mee, maar zelf vind ik het jammer dat veel van de huidige Amerikaanse jazz een zekere kwetsbaarheid en intimiteit mist. En juist dat intieme heeft Back Porch wel. Berner’s muziek is daardoor zowel poë­tisch als down to earth, en zowel krachtig als bescheiden. Als componist is Paul Berner een singer-songwriter die niet zingt. Zijn stukken zijn echte liedjes en sluiten naadloos aan bij de zorgvuldig gekozen covers. Evenals op Running Outside wordt Berner bijgestaan door de gitaargiganten Ed Verhoeff en Peter Tiehuis. Beiden krijgen alle ruimte, maar spelen altijd in dienst van de muziek. En het stevige fundament van drummer Hans van Oosterhout op Running Outside is hier vervangen door de geweldige riet­blazer Michael Moore. Met name Moore voelt en vult Berners ingetogen spel goed aan, waardoor de drums geen moment gemist worden. Kortom, Back Porch is alweer een fraai en sfeervol album van een uitstekende bassist -componist. Mooi werk!

Noordhollands Dagblad
28 juni 2007
door John Oomkes

Paul Berner mengt jazz met americana

De liefde voor een Hollandse vrouw bracht de Amerikaanse bassist Paul Berner naar Haarlem. Dat overkwam meer jazzmusici van over de grote plas. Wat Berner uitzonderlijk maakt is zijn passie voor de grote vlaktes van het midden-westen in de USA.
Die belijdt hij in een stijl die zeker in Nederland uniek is. De van country en blues doordrenkte americana gaat hier een gelukkig huwelijk aan met improvisatie en het vermogen om langs instrumentale weg verhalen te vertellen.
Ook al zijn ze van Chris Whitley (’Dirt floor’) of Gillian Welch (’Whiskey girl’) - ze blijven je in deze vorm bij. Berner beschikt dan ook over een daverende band. Zo zorgt de eveneens Amerikaans-Nederlands rietblazer Michael Moore voor de lyriek. En de gitaristen Ed Verhoeff en Peter Tiehuis spelen elkaars reserves weg.

Den Haag Centraal
JAZZKEUS VAN DE WEEK
21 Juni 2007
door Bert Jansma

De schommelstoel van Paul Berner

Zet de drie cd’s die bassist Paul Berner in Nederland maakte op rij, en je krijgt een mooie lijn die zowel naar het hart van zijn jeugd in de Verenigde Staten leidt, als naar een steeds persoonlijker combinatie van de elementen die zijn muzikale leven bevolkten: jazz, rock en country. Eerst ‘Open country’, zijn eerste cd als leider, waarin pianist Monty Alexander – in wiens trio Berner enkele jaren speelde – te gast is. Daarna ‘Running outside’ met de gitaren van Peter Tiehuis en Ed Verhoeff, waarin je bijna een reis maakt door de Great Plains van Amerika waar Berner opgroeide. En zojuist verschenen is ‘Back porch’ (Twister records) waarbij de klarinet van de altijd fraai spelende Michael Moore – ook al een Amerikaan die in Nederland woont – een ‘vocale kwaliteit’ toevoegt. De schommelstoel staat er op de veranda, en de verhalen over de ‘Whiskey girl’, de ‘Dust devils’, oude folksongs en ‘The world like it was’ - een stuk van Berner zelf – doen er de ronde. Het is romantisch, met een vleug van Pat Metheny of Bill Frisell in de gitaren.
Berner: “Er zitten veel ‘covers’ bij, zoals dat tegenwoordig heet. Geschreven door zeer verschillende muzikanten, die op een of andere manier allemaal in elkaars buurt komen. Gillian Welch bijvoorbeeld, een zangeres en gitariste die stukken schrijft waarvan ’t líjkt alsof ze oud-Amerikaans zijn, volksmuziek bijna. Of een stuk van Chris Whitley, een zanger die national steel-gitaar speelt, een ‘slide’-achtige gitaar. Het soort muziek waarnaar ik eigenlijk al jaren luister”.
Berners muzikale reis vanuit Nederland terug naar zijn wortels is des te opvallender, omdat hij – na een opleiding als jazz én klassiek bassist – bij het orkest van Lionel Hampton speelde, destijds met groten als Arnett Cobb, Benny Bailey, Curtis Fuller en Frank Dunlap, met Monty Alexander internationale tournees maakte waarna hij op een dag besloot voor de ‘quality of life’ in Nederland te blijven. Hier kwam de ‘Americana’ terug in zijn jazz. “Het duurde eigenlijk heel lang voor het muntje viel”, vertelt Berner. “Ik had een paar stukken geschreven die wat exotisch klonken en ik zocht passende titels, Isfahan, Timboektoe, zoiets. Tot ik opeens bedacht dat de plaatsen waar ik vandaan kwam allemaal Indiaanse namen hadden, die ik heel gewoon vond maar die eigenlijk ook exotisch klinken: Minnetonka, Muskogee. Muzikaal kwam er ook een moment van verandering. Vroeger schreef ik iets en dan dacht ik: Dat kan eigenlijk niet, dat is te eenvoudig. Het moet hipper, meer jazzy. En dan maakte ik er wat gekke akkoorden bij, veranderde een paar noten. Met ‘Running outside’ kreeg ik steeds meer het gevoel: Ik moet gewoon schrijven zoals ik ‘t hoor, ’t kan me niks schelen of ’t hip is of niet”.
Berners jazz krijgt er een heel andere kwaliteit door, melodischer, dromeriger, met een – overigens bedrieglijk – gevoel van eenvoud. Muziek die niet alléén aan een jazzpubliek appelleert. Berner: “Jazz is eigenlijk altijd heldere muziek geweest. Voor een goeie jazzplaat hoefde je niet gestudeerd te hebben om het te begrijpen. Misschien is begrijpen niet het goede woord. Je moet je publiek een ingang bieden, zodat het met je mee kan reizen. Er is een hoop muziek die zo met zichzelf bezig is, dat die ingang een beetje vergeten wordt. In mijn band gebeuren ook dingen die, als je ze uit hun context licht, best ingewikkeld zijn. Maar het publiek ondergaat dat niet zo”.